Salarisgroei

Salarisgroei op lange termijn: schalen, onderhandelen en ontwikkeling

Salarisgroei over een lange periode komt niet uit één cao-ronde voort.

Langetermijnsalarisgroei: meer dan één cao-ronde

Salarisgroei over een lange periode komt niet uit één cao-ronde voort. Je loonpad wordt gevormd door cao-afspraken, je positie in een loonschaal en periodieken, je functie- en loopbaanontwikkeling, onderhandeling en scholing. Daarbij is het verschil tussen nominale en reële groei essentieel: een hoger brutoloon is pas koopkrachtwinst als de stijging groter is dan de inflatie.

CBS-cijfers laten zien hoe groot dat verschil kan zijn. In 2025 stegen de cao-lonen per uur, inclusief bijzondere beloningen, met 5,0 procent. Na correctie voor inflatie bleef volgens CBS een reële loonstijging van 1,6 procent over. Over een langere periode, tussen 2020 en 2025, stegen de lonen met 25,1 procent en de consumentenprijzen met 25,0 procent: vrijwel even hard. Nominale groei en reële groei zijn dus niet hetzelfde.

Cao-lonen en schalen: het kader waarbinnen je groeit

Voor de meeste werknemers in Nederland vormt de cao het kader. Drie kwart van de werknemers valt onder een cao. Daarin staan niet alleen algemene loonafspraken, maar vaak ook loonschalen en periodieken. Een periodiek kan een automatische stap in je schaal zijn; algemene cao-verhogingen worden per onderhandeling vastgelegd. Hoeveel ruimte je hebt, verschilt dus per cao en per functie.

De cao-loonontwikkeling verschilt per jaar. RTL Z noemt voor 2023 en 2024 loonstijgingen van 6,1 en 6,5 procent. In 2025 kwam CBS op 5,0 procent: lager dan de twee jaren ervoor, maar nog steeds een van de hoogste loonstijgingen in de afgelopen veertig jaar. In het tweede kwartaal van 2026 stegen de cao-lonen met 4,3 procent. De contractuele loonkosten, waaronder cao-lonen en werkgeverspremies, stegen in dat kwartaal met 4,2 procent; dat is nagenoeg gelijk aan de ontwikkeling van de cao-lonen. Sinds de hoge cao-loonstijging in het derde kwartaal van 2024 is de cao-loonontwikkeling afgenomen. Het voorlopige cijfer over het tweede kwartaal van 2026 is gebaseerd op 95 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd.

Lonen versus prijzen: hoeveel groei houd je over?

Een nominale loonstijging zegt nog niet wat er met je koopkracht gebeurt. De rekenregel is simpel: stijgt je loon harder dan de inflatie, dan ga je er in koopkracht op vooruit; stijgt de inflatie harder, dan lever je koopkracht in. Daarom is het bij salarisgroei op lange termijn verstandig om niet alleen naar het cao-percentage te kijken, maar ook naar de prijsontwikkeling.

In 2025 stegen de cao-lonen met 5,0 procent. Rekening houdend met duurder wordende producten en diensten kwam CBS uit op een reële loonstijging van 1,6 procent. Dat cijfer was nog niet definitief, omdat het inflatiecijfer met december er pas begin het volgende jaar bij bekend is; het ging wel om een betrouwbare schatting. In 2023 sloeg de inflatie harder toe, waardoor mensen er volgens RTL Z toch niet op vooruitgingen; in 2025 was dat wel het geval.

Over de periode 2020–2025 zijn de lonen met 25,1 procent gestegen en de consumentenprijzen met 25,0 procent. Daarmee ging de gemiddelde nominale groei in die jaren vrijwel volledig op aan inflatie. Voor je eigen loonpad geldt: vergelijk je jaarlijkse of cumulatieve loonstijging met de inflatie over dezelfde periode, anders lijkt een nominale sprong groter dan hij is.

Sectorverschillen: waar stijgen de lonen het hardst?

Cao-loonstijgingen lopen tussen sectoren uiteen. In het tweede kwartaal van 2026 stegen de cao-lonen het minst bij de overheid: 3,4 procent. Bij particuliere bedrijven was dat 4,5 procent en bij gesubsidieerde instellingen 4,3 procent. Over de hele periode van 2020 tot en met het tweede kwartaal van 2026 namen de cao-lonen het meest toe bij particuliere bedrijven: 29,9 procent. Gesubsidieerde instellingen kwamen op 28,8 procent en de overheid op 29,3 procent.

Ook binnen sectoren en bedrijfstakken bestaan verschillen. In 2025 was de grootste cao-loonstijging op het niveau van de bedrijfstakken te vinden in informatie en communicatie: 7,4 procent. De kleinste was in verhuur en handel van onroerend goed: 3,2 procent. In datzelfde jaar stegen de cao-lonen bij de overheid volgens RTL Z met 3,9 procent, terwijl de private sector op 5,3 procent uitkwam.

Gemiddelden zijn een benchmark, geen garantie. Binnen een sector kunnen functies, schalen, periodieken en organisaties sterk verschillen. Gebruik de sectorcijfers dus als vertrekpunt voor je eigen vergelijking, niet als een directe voorspelling van wat jouw volgende stap oplevert.

Cao-loonstijging per bedrijfstak (2025)

  • 3.9Overheid
  • 5.3Private sector (gemiddeld)

Onderhandelen met de actuele looncijfers op tafel

Bij loononderhandelingen staan werkgevers en vakbonden vaak tegenover elkaar. Werkgeversorganisaties pleitten eerder voor minder forse loonsverhogingen. Hun argumenten: ondernemers houden anders te weinig geld over om te investeren, en hoge loonkosten zijn een van de factoren waardoor Nederland volgens hen steeds onaantrekkelijker wordt voor bedrijven. Vakbonden FNV en CNV mikken juist op vergelijkbare of hogere loonsverhogingen dan in eerdere jaren.

Economen wijzen erop dat productiviteit per sector kan verschillen. Rabobank-econoom Wouter Remmen zei tegen RTL Z dat de loonstijgingen voor de chemiesector ongunstig hebben uitgepakt, omdat de lonen daar harder zijn gestegen dan de arbeidsproductiviteit. In andere sectoren ging het volgens hem wel goed en kon er nog steeds tegen een concurrerende prijs worden geproduceerd. Hij ziet dat Europa, en dus ook Nederland, op het gebied van arbeidsproductiviteit een achterstand heeft ten opzichte van Amerika.

Lisette van Breugel van AWVN benadrukte tegenover RTL Z dat werknemers en werkgevers uiteindelijk tot een afspraak moeten komen: “Uiteindelijk zullen werknemers en werkgevers tot een afspraak moeten komen. Over het algemeen komt uiteindelijk de arbeidsmarkt in evenwicht en passen de lonen zich zo aan dat zowel de werkgever als de werknemer tevreden is. Dit zal komend jaar ook zo zijn.”

Voor je eigen voorbereiding betekent dit dat je het gesprek het beste voert met meerdere ankers: de actuele cao-loonstijging in je sector, de inflatie en daarmee je reële koopkracht, en wat jouw rol of productiviteit toevoegt. Gebruik de CBS-sectorcijfers en de inflatiecijfers als feitelijke basis, en koppel je argumenten aan je functie, schaal en ontwikkeling.

Ontwikkeling als motor onder langetermijngroei

Salarisgroei op lange termijn hangt niet alleen af van cao-rondes. Scholing en vaardigheden bepalen hoe je kunt doorgroeien naar andere functies, schalen of verantwoordelijkheden. Het CPB beschrijft in zijn historische perspectief op de Nederlandse economie dat onderwijs en een goed opgeleide beroepsbevolking factoren van economische groei zijn, en dat verschillende groeifactoren elkaar versterken en beïnvloeden.

Voor je eigen loonpad betekent dat: koppel ontwikkeling aan carrièrestappen. Denk aan een opleiding, certificaat of training die je breder inzetbaar maakt, een rol met meer verantwoordelijkheid, of het opbouwen van expertise die voor je werkgever lastiger te vervangen is. Maak afspraken over hoe die stap terugkomt in je functie, schaal of beloning, en leg dat vast op een moment dat je toch al over je ontwikkeling en beoordeling spreekt.

Ontwikkeling is geen garantie op een hoger loon, maar het vergroot wel je opties. Het helpt je om binnen een cao-kader sneller door te schuiven naar een functie of schaal waarin meer ruimte zit, en het geeft je betere argumenten bij onderhandelingen over taken, verantwoordelijkheid en beloning.

Conclusie: zo bouw je aan je loonpad

Langetermijnsalarisgroei is geen losse gebeurtenis. Je beweegt binnen een cao-kader van schalen en periodieken, je reële loonstijging hangt af van de inflatie, je sector bepaalt een groot deel van de bandbreedte en onderhandeling en scholing bepalen hoe je daarbinnen vooruitkomt. De cijfers laten zien dat nominale groei en reële groei uit elkaar kunnen lopen: in 2025 stegen de cao-lonen met 5,0 procent, maar na inflatie bleef 1,6 procent over. Tussen 2020 en 2025 stegen lonen en consumentenprijzen vrijwel even hard.

Een praktische routine helpt: volg de CBS-cijfers over cao-lonen en inflatie, vergelijk je eigen loonstijging met de inflatie over dezelfde periode, check hoe jouw sector en bedrijfstak zich ontwikkelen, timing je gesprek rond cao-onderhandelingen of je beoordelingscyclus, en blijf investeren in scholing en vaardigheden. Het CBS publiceert maandcijfers over onder meer werkenden, werklozen en cao-lonen en biedt daarnaast kwartaalcijfers via het dashboard arbeidsmarkt. Zo combineer je het cao-kader met je eigen reële koopkracht en je ontwikkeling tot een langetermijnstrategie voor je loon.

Stappen voor langetermijnsalarisgroei

  1. Volg CBS-cijfers over cao-lonen en inflatie
  2. Vergelijk jouw loonstijging met inflatie over dezelfde periode
  3. Bekijk de ontwikkeling binnen jouw sector en bedrijfstak
  4. Kies het juiste moment voor onderhandelingen (caoronde of beoordeling)
  5. Investeer in scholing en vaardigheden voor groei

Bronnen

  1. cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboard-arbeidsmarkt/ontwikkel…
  2. cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboard-arbeidsmarkt
  3. awvn.nl/cao/nieuws/maandbericht-loonontwikkeling-2024
  4. cbs.nl/nl-nl/publicatieplanning
  5. rtl.nl/nieuws/economie/artikel/5549401/cao-lonen-stijgen-ha…
  6. cbs.nl/nl-nl/video/7e3839c90e534e02967d2926c4ff8abf
  7. cbs.nl/-/media/_pdf/2025/18/de-arbeidsmarkt-in-cijfers-2024…
  8. cpb.nl/de-nederlandse-economie-in-historisch-perspectief-ec…